
In Mexico wordt de paloma vaker gedronken dan de margarita. Grapefruit, zout en tequila — meer heeft hij niet nodig.
De paloma is de meest gedronken tequilacocktail van Mexico, en dat dankt hij aan zijn eenvoud: tequila, grapefruitfrisdrank, limoen en een snuf zout. Geen shaker, geen siroop, geen techniek.
Wie hem bedacht heeft weet niemand zeker. De naam wordt vaak in verband gebracht met Don Javier Delgado Corona, de cantinero van La Capilla in het stadje Tequila, maar hard bewijs is er niet. Waarschijnlijker is dat hij vanzelf ontstond toen grapefruitfrisdrank in de jaren vijftig in Mexico op de markt kwam en iedereen er tequila bij ging schenken.
Paloma betekent duif. Ook daar bestaat geen sluitende verklaring voor — de mooiste is dat hij vernoemd is naar het volksliedje La Paloma.
Grapefruit is bitter, en bitter vecht met alles wat te zoet of te ruw is. Daarom werkt Blanco hier beter dan Reposado: de agave is ongerijpt en blijft scherp genoeg om tegen die bitterheid op te boksen, zonder dat er vatsmaak tussen komt.
In Tecán Blanco zitten peper en citrus. Dat sluit rechtstreeks aan op de grapefruit in plaats van eroverheen te liggen. Je proeft de tequila nog, en dat is precies het verschil tussen een paloma en een glas frisdrank met alcohol.

Bouwen in het glas, niet shaken. Er zit koolzuur in, en dat overleeft een shaker niet.
De volgorde doet ertoe: ijs eerst, dan tequila en limoen, dan pas de frisdrank. Zo mengt hij zichzelf terwijl je schenkt en hoef je maar één keer te roeren. Twee keer en je bubbels zijn weg.
Dat snufje zout is geen garnering. Zout onderdrukt bitterheid — een kleine snuf haalt de scherpe kant van de grapefruit eraf en laat de zoete kant staan.
Rol de limoen eerst over het aanrecht met de muis van je hand. Scheelt je een derde meer sap.