
Chili en agave komen uit dezelfde keuken. Deze variant is nieuwer dan hij aanvoelt, en hij werkt beter dan hij zou moeten.
De spicy margarita heeft geen uitvinder en geen geboortejaar. Hij duikt op in Amerikaanse cocktailbars ergens in de jaren tweeduizend, toen bartenders verse chili gingen gebruiken in plaats van siroopjes, en is inmiddels op zoveel kaarten beland dat hij nauwelijks nog een variant heet.
Inhoudelijk is het geen vreemde stap. Chili en agave staan in Mexico al eeuwen naast elkaar op tafel. De combinatie voelt nieuw op een cocktailkaart, maar niet in een Mexicaanse keuken.
Pittigheid heeft tegenwicht nodig, anders is het alleen maar heet. Hier doen de agavesiroop en de limoen dat werk, en de tequila moet er dwars doorheen komen.
Tecán Blanco heeft van zichzelf al zwarte peper in het profiel. Daardoor ligt de chili niet als los element bovenop, maar loopt hij door op iets wat er al was. Reposado maakt hem zoeter en zachter — kan prima, maar dan verlies je precies de scherpte die het leuk maakt.

Twee schijfjes verse rode chili in de shaker, niet meer. Je wilt warmte, geen straf. Schud ze gewoon mee — chili geeft snel af.
Eén groot ijsblok in het glas in plaats van gruis. Groot ijs smelt langzamer, en bij een drank met pit telt dat: zodra hij verwatert is de balans weg.
Zeven, anders drink je op het eind een stuk chili.
Haal de zaadlijsten eruit als je het milder wilt. Daar zit vrijwel alle hitte, niet in het vruchtvlees.